Julius Caesar. Een biografie (Hans Oppermann, 2006)
De biografie van Gaius Julius Caesar (100 – 44 v.C.) schetst het leven van één van de grootste politici en strategen aller tijden. Caesar stamde af van het geslacht van de Juliërs, dat behoorde tot het patriciaat, de oude vooraanstaande adel. De stamboom van de Juliërs zou teruggaan naar Aeneas, de zoon van de Griekse godin Afrodite of de Romeinse godin Venus. Aan grootmoeders zijde was Caesar van koninklijke afkomst, van het geslacht van de Marciërs. Julius Caesar zelf groeide op in een woelige periode voor het oude Rome, de Romeinse revolutie. Van 133 v.C. tot aan de slag van Actium in 31 v.C. voltrok zich een conflictrijk proces en de overgang van de Romeinse republiek naar de monarchie. Caesar zou hier een belangrijke rol in spelen die gesymboliseerd wordt door het oversteken van de Rubicon. Alia iacta est, de teerling is geworpen. Al snel werd duidelijk dat Julius Caesar zeer intelligent en ambitieus was. Auteur Hans Oppermann besteed ruime aandacht aan de opgang van Caesar in het Romeinse politieke leven, de vele tegenslagen die hiermee gepaard gingen, maar ook de kracht waarmee hij zich staande hield tussen oude rotten als Sulla, Cicero en later Pompeius. Op jonge leeftijd verloor Caesar zijn vader, waardoor hij snel zelfstandig werkte. Maar de innige band met zijn moeder bleef wel een rode draad door zijn leven.
Caesar, Pompeius en Crassus sluiten in 60 een eerste triumviraat, één jaar later wordt Caesar consul en voert hij een aantal indringende veranderingen door in de Romeinse samenleving. Als leider van de volkspartij, en tegenstander van de optimaten en de senaat, had hij de steun van het volk. Als redenaar begreep hij de kunst het volk voor zich te winnen. Die kunst zou hem later goed van pas komen om zijn troepen bij de verschillende veldslagen voldoende zelfvertrouwen in te pompen en hen een gevoel van onoverwinnelijkheid mee te geven. Caesar was een politiek genie, oorlogsvoering betekende voor hem niets meer dan de voortzetting van politiek met andere middelen. En die middelen kon hij als militair strateeg beter dan wie ook aanwenden. Zijn troepen stonden onverbiddelijk achter hem: de oorlog in Gallië, het terugdringen van de Germanen, de strijd tegen Pompeius’ troepen tijdens de burgeroorlog, de verovering van Spanje, het noorden van Afrika, het westen van Azië. Nooit stond Caesar aan de verliezende zijde. Hij, en hij alleen, bouwde het Romeinse wereldimperium op. Veni, vidi, vici.
Hans Oppermann legt niet alleen de nadruk op het politieke en militaire, maar wil ook de persoonlijkheid van Caesar bloot leggen. Geen eenvoudige opdracht, maar toch een goede poging. Caesar was niet alleen politicus, maar ook een charmante minnaar, een warme echtgenoot. Zijn enige dochter, Julia, en zijn moeder, de twee belangrijkste vrouwen in Caesars leven, stierven in 54. Een zware klap, maar hij zette door. De veelbesproken affaire met Cleopatra komt ook aan bod, net als de geruchten over buitenechtelijke kinderen. Caesars geadopteerde zoon, zijn neef Gaius Octavianus, werd uiteindelijk zijn belangrijkste erfgenaam. Gaius Octavianus, later bekend als keizer Augustus, zou de Romeinse revolutie voltrekken in de slag van Actium in 31 v.C. toen hij de oostelijke helft van het Romeinse rijk versloeg.
De Duitse auteur Hans Oppermann (1895-1982) was professor klassieke filologie. Zijn onderzoek richtte zich vooral naar Caesar, Horatius, Vergilius en de weerklank van de klassieke auteurs in de moderne literatuur. Hij pende met zijn biografie over Julius Caesar een overzichtelijk, duidelijk, volledig en zelfs spannend werk neer.
Recente reacties