De Onzichtbaren (Karel Glastra van Loon, 2006)
‘Door mijn levensverhaal zal ik je mijn land laten zien, zoals je in een dauwdruppel de tuin ziet. Kom neem me bij de arm en leid me weg van hier.’ U Min Thein groeit op in de Karen-staat, een opstandige regio in het zuidoosten van Birma. We schrijven de jaren ’50 – ’60 van de vorige eeuw toen de militairen in Birma de macht overnamen van de democratische regering. Min Thein wordt al snel getraumatiseerd door het dodelijk ongeval van zijn broer Ngar Yoo met wie hij altijd ging vissen. Deze dood komt verrassend genoeg ook als een verlossing over voor Min Thein. Hij kan eindelijk een eigen persoonlijkheid ontwikkelen uit de schaduw van zijn broer waar zijn vader hem altijd plaatste. Als hij naar de universiteit van Rangoon trekt om rechten te studeren, leert hij zijn grote liefde Yi Yi Win kennen. Na een aarzelend begin trekken de twee meer en meer met elkaar op. Ze maken samen de grootschalige studentenprotesten mee tegen het militaire regime naar aanleiding van de begrafenis van U Thant, één van de grootste Birmanen uit de geschiedenis en voormalig secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Maar aan hun relatie komt een abrupt en verrassend einde. Min Thein wil verder met zijn leven en wordt advocaat in het provinciestadje Pan Thar. Hij moet echter één grote handicap met zich meeslepen: blindheid aan één oog na een onvoorzichtig vispartijtje. Zijn broer had er hem nog zo voor gewaarschuwd, dwarrelt meermaals door het hoofd van Min Thein. Het verstandshuwelijk met Hser Hser Paw, niet de grote liefde van zijn leven, want die was hij op verschrikkelijke wijze verloren, mondde uit in een zwangerschap. Ondertussen verschillende keren op gerechtelijke wijze geblokkeerd door het regime, nam Min Thein een drastische beslissing. Zij moeten het land uitvluchten om hun kind een betere toekomst te bieden. Op naar het oosten van Thailand, op naar de vluchtelingenkampen waar een leven nog een leven waard is. Maar de tocht doorheen de jungle verloopt niet zonder hindernissen, gruwelen en spoken uit het verleden. Min Thein wordt volledig blind na een aanslag. Onzichtbaar, op weg naar een toekomst …
Karel Glastra van Loon (Amsterdam, 1962-2005) heeft zijn boek De Onzichtbaren opgedragen aan de vele mensen die hem honderden waarheidsgetrouwe verhalen vertelden over het leven in Birma. Het boek is een aangrijpende, dramatische roman over een zoektocht naar leven, over geboren worden op de verkeerde plaats, het verkeerde tijdstip. De auteur vertelt niet alleen het verhaal van Min Thein, gebaseerd op waargebeurde feiten, maar wisselt de vertelsels af met boeddhistische verhalen en geschiedkundige gebeurtenissen. Een verhaal over een land, verteld vanuit de ogen van een blinde.
Jezus van Nazareth (Paul Verhoeven, 2008)
Jezus Christus, Jezus van Nazareth, zoon van God, de Messias, de Verlosser van Israël en van alle zonden der wereld, de prediker van het Koninkrijk Gods. Wij kennen Jezus als een baardige man die demonen uit zieken dreef, die blinden het aardse licht teruggaf, die armen meenam aan Bourgondische eettafels, die doden deed verrijzen. Niets van dit alles, meent de filmregisseur Paul Verhoeven. Jezus was een historische figuur, niet te verwarren met de mythische Jezus die nooit bestaan heeft, aldus Verhoeven. De verhalen van Jezus Christus zijn al duizenden malen mondeling overgeleverd en opgetekend door schrijvers uit alle windstreken. Zij grijpen in hun boeken altijd terug naar de kern van de vier evangelisten, de eerste biografen van Jezus: Marcus, Matteüs, Lucas en Johannes. Maar wat als die Jezus van Nazareth nu eens geen mythische figuur was, geen goddelijke weldoener? Wat als Jezus een gewone sterveling was, een man van vlees en bloed, een man met lusten en lasten, met vrienden en vijanden?
De Nederlandse filmregisseur Paul Verhoeven (1938) kent naast cinema, een tweede decennialange fascinatie: de historische figuur Jezus van Nazareth, de man die geboren is in Bethlehem, de zoon van Maria, niet de vrucht van de onbevlekte ontvangenis, maar misschien wel het resultaat van een losgeslagen Romeinse soldaat (Pantera genoemd?). De beroemde cineast meldde zich in 1985 aan bij het Jesus Seminar in Californië, een gespecialiseerde denktank in theologie en bijbelgeschiedenis. Die ervaring was de eerste stap naar het schrijven van het spraakmakende boek Jezus van Nazareth, het verhaal van de historische Jezus, ontdaan van twee millennia christelijke inkleuring en censuur. Verhoeven vertrekt voor de levensloop van Jezus (hoe kan het anders?) vanuit de vier evangelisten. Vooral Marcus die zelf nog getuigen en tijdsgenoten van Jezus ontmoette, en Johannes die een aantal alternatieve paden betreedt, onder meer op vlak van tijdsverloop, zijn belangrijke uitgangspunten. Verhoeven wil tabula rasa maken met de gangbare ideeën over Jezus en alles in vraag stellen. De Nederlander gaat een aantal keer kort door de bocht, en kan zijn cineastenbloed niet verstoppen, maar hij legt veel nieuwe inzichten en mogelijkheden bloot. Verhoeven grijpt in daar waar de eerste biografen hun verhaal inkleuren of ‘redactioneel aanpassen’: de relatie tussen Johannes de doper en Jezus was niet zo vriendschappelijk als de evangelisten pogen weer te geven; Jezus geloofde niet zomaar in de komst van het Koninkrijk Gods; de twaalf leerlingen volgden hun meester niet altijd, zij vergezelden hem zelfs niet tijdens het Laatste Avondmaal (of vond deze maaltijd zes maanden eerder plaats?); Judas was de geschikte verrader voor de christelijke geschiedschrijving, maar de man was niet eens aanwezig tijdens Jezus’ arrestatie; Jezus is niet verrezen, integendeel, zijn vriendin (?) Maria Magdalena stal zijn lichaam en verstopte het in haar tuin.
Paul Verhoeven wil met zijn boek deze en nog veel meer vooroordelen over Jezus uitwissen. Hij schetst Jezus als een gewone man die geloofde in de zwakkeren van de samenleving, die naarmate hij ouder werd ook geloofde in zijn missie, maar ook als iemand die niet hoog opliep met familiebanden of met joodse tradities en iemand die zeker niet blindelings in de Weg van God geloofde. Of was Jezus niet jarenlang op de vlucht voor Romeinse soldaten omdat hij zijn lot niet kon aanvaarden? Jezus van Nazareth is een aanrader voor eenieder die wil nadenken over geschiedenis.
Zwart op Wit (Jurgen Verstrepen, 2008)
Jurgen Verstrepen heeft met zijn autobiografisch werk Zwart op Wit zeker een aantal gevoelige snaren geraakt, maar het boek is niet zo choquerend als de schrijver van de achterflap doet beweren. Verstrepen besteedt in dit werk veel aandacht aan zijn radiocarrière. De vele ups en downs, de controverses die hij teweeg bracht met zijn radio- en televisieprogramma’s, de tegenwind die hij voortdurend moest verwerken van verschillende actoren uit het brede politieke veld. Verstrepen was niet geliefd als radiomaker bij beleidsmakers, dat zeker niet. Zijn stijl was rechttoe, rechtaan, maar ook vernieuwend voor de man in de straat. De politicus Jurgen Verstrepen probeert diezelfde stijl aan te houden: recht voor de raap, freedom of speech, hard tegen de schenen schoppen, maar altijd een aantal basisrechten in het achterhoofd houdend. Vooral dit laatste zette hem buitenspel bij het Vlaams Blok. Verstrepen was geen man om Duitse naziliederen te zingen op exuberante drankfeesten van het Vlaams Blok in exclusieve kastelen in Frankrijk. Verstrepen sloot zich als onafhankelijke aan bij het Blok, net omdat hij die partij wilde veranderen. In die opdracht is hij niet geslaagd. Zijn boek sluit af op 17 april 2007. Die dag maakt Verstrepen zijn overstap naar Lijst Dedecker bekend, een partij waar basisrechten wel gerespecteerd worden, en waar Verstrepen toch naar hartelust tegen de schenen van het establishment kan schoppen.
Jurgen Verstrepen (Deurne, 1966) is als radiomaker, als politicus, als auteur, en waarschijnlijk ook als mens enerzijds enthousiasmerend, aanlokkelijk en bewonderenswaardig, maar anderzijds wekt hij een gevoel op van ‘de hele wereld is tegen mij’ of ‘ik is klein en zij zijn groot’. Nog te veel grijpt hij naar die analyse terug in zijn boek Zwart op Wit. Verstrepen hapte toe op het aantrekkelijke aanbod van het toenmalige Vlaams Blok om de stap naar de politiek te zetten, maar zou al snel door de elite van de eigen partij buitenspel gezet worden. Het enthousiasme en de goede bedoelingen die Verstrepen wilde doordrukken, verdwijnen naar de achtergrond bij het beschrijven van een aantal situaties waarin hij telkens opnieuw ‘onrecht’ wordt aangedaan. Wat zelfkritiek was hier op zijn plaats geweest. Was Verstrepen niet te naïef toen hij dacht dat hij het Vlaams Blok wel eens zou veranderen? Is het niet te gemakkelijk om kritiek te spuien op een partij waar hij zich jarenlang zogenaamd ‘thuis’ voelde? Hoort een politicus niet te weten dat het spel hard gespeeld wordt, en zeker in de coulissen van Vlaanderens meest beruchte partij? Het boek opent en eindigt met een lofrede aan het adres van Jean-Marie Dedecker, zijn nieuwe poulain in het politieke schaakspel. Ik vrees binnen x-aantal jaar een nieuw boek van Verstrepen in de winkels te vinden waarin hij zijn ongenoegen over het verhaal-LDD uit de doeken doet. En toch heeft Verstrepen meer dan een ander, een bepaalde eigenschap die hem telkens opnieuw doet rechtveren wanneer hij in de ravijn belandt. Verstrepen geeft niet op en strijdt verder voor een aantal idealen, of vooral tegen een aantal idealen. Dit is een constante in het boek, eerst als radiomaker, daarna als politicus.
Mysteries rond Complotten (Borgerhoff & Lamberigts, 2008)
De redacteurs van Borgerhoff & Lamberigts onderzoeken in hun jongste boek Mysteries rond Complotten een aantal aardse complottheorieën. De ene al wat geloofwaardiger dan de andere, de ene grondiger gedetailleerd dan de andere. Het mysterie rond de maanlanding in 1969 roept bij velen ernstige vragen op. De door de non-believers aangehaalde argumenten zijn zeker het overwegen waard. De schaduw op de maan, de wapperende vlag, het geluid van de raket, de NASA heeft nooit echt afdoende antwoorden kunnen geven op deze en nog meer vraagstukken. De schrijvers halen er zelfs Stanley Kubrick bij als mogelijke regisseur van de in scène gezette historische gebeurtenis. Het dodelijke wapen dat Aids zou zijn voor de machtigen der aarde die de minderwaardige medemens willen uitroeien, is minder geloofwaardig. Zeker als de eerste gevallen van Aids bekend zijn en hoe die zich verspreidden. Ik ben eerder geneigd in het natuurlijke ontstaan van het hiv-virus te geloven dan deze complottheorie. De ontspanning van Hitler is ook een eeuwenoud mysterie. Deze Oostenrijks-Duitse dictator zou die beruchte 30e van april 1945 toch geen zelfmoord gepleegd hebben, maar ontsnapt zijn naar onbekende oorden. Of was er een dubbelganger in het spel? Honderden auteurs lieten al inkt vloeien over het Hitlercomplot, maar niets kan vooralsnog meer overtuigen dan het stukje kaakbeen dat in Rusland zit opgeborgen en is toegeschreven aan de Führer. De Russen hebben na de Tweede Wereldoorlog wel handig gebruik gemaakt van de verwarring in het Westen rond de mogelijke dood van Hitler. Het rode leger zou de lichamelijke resten van Hitler gevonden hebben in de grond naast zijn bunker, maar liet de wereld decennialang in de ban van de mogelijkheid van een levende Hitler. Andere historici menen dat Rusland slechts een stukje kaakbeen van Hitler kon terugvinden, en niet zijn volledige lichaam. Een interessant mysterie dat zeker nog jarenlang kan nasluimeren. Net als de dood van paus Johannes Paulus I, een 66-jarige gezonde man die na 33 dagen pontificaat getroffen werd door een hartaanval. Of toch niet, menen de non-believers. Johannes Paulus I wist teveel van de ondergrondse activiteiten van de kerkfabriek. Opnieuw een interessant complot dat veel stof biedt om over na te denken.
Een kleine ontgoocheling toch bij het mysterie over de dood van Formule I-legende Ayrton Senna. De auteurs halen verschillende complottheorieën boven, maar één vraag wordt niet onderzocht. Waarom wilden de constructeurs, technici of andere bazen van het circuit de grootste man van zijn sport dood? De mysteries rond aspartaam en chemtrails zijn interessant om lezen, maar eerder ongeloofwaardig als complot. De aanslag op 09/11 doet wel opnieuw vraagtekens rijzen. Wie zat nu eigenlijk achter die befaamde vliegtuigkapingen. De vrienden van Osama? Of toch de vrienden van Bush? Maar is dit laatste wel realistisch? Is het mogelijk dat een president tot zo iets in staat is in eigen land?
Stupid White Men (Michael Moore, 2003)
Stupid White Men, een bestseller aan het begin van de 21e eeuw. Auteur Michael Moore nagelt op genadeloze manier de machtige rijke toplaag aan de schandpaal, de Stupid White Men van corporate Amerika en de Bush-junta, zo staat op de achterflap te lezen. Maar zo ver gaat het niet. Moore begint het vertaalde werk met een nieuw voorwoord, een hoofdstuk dat in Amerika niet verscheen. Hij beschrijft hoe verschillende instanties probeerden om het boek te censureren of zelfs te verbieden in zijn geliefde vaderland. Hij werd langs alle kanten tegengewerkt, zelfs zijn uitgever stond niet langer aan zijn zijde, maar de auteur zette door en contacteerde mensen in Groot-Brittannië om het boek toch in de handel te krijgen. Een interessant stukje literatuur over hoe censuur de bovenhand haalt in het meest ‘vrije’ land ter wereld.
De auteur kon mij echter niet overtuigen in de volgende hoofdstukken. Hij nagelt George W. Bush inderdaad aan de schandpaal, maar Moore doet dit op een moment dat Bush slechts acht maanden president van de Verenigde Staten is. Een toch wel voorbarige conclusie in 2001, het jaar dat hij dit boek neerpent. Zijn schrift is bij momenten satirisch, hilarisch of noem het cynisch, maar overtuigend niet, neen. De laatste hoofdstukken zijn opnieuw op een ander niveau geschreven. De auteur overtuigt met steekhoudende en statistische argumenten dat niet alleen Bush aan de oorzaak van de neergang van de Amerikaanse maatschappij ligt, maar dat vooral de Democraten de weg vrijmaakten voor de ondergang van de Verenigde Staten. Hij besluit met een persoonlijk stuk over de campagne die hij voerde voor Ralph Nader, de vertegenwoordiger van de Groenen, naar aanleiding van de presidentsverkiezingen in 2000. In dit hoofdstuk maakt hij komaf met de roep van vele Democraten dat Nader aan de basis ligt van de verkiezingsoverwinning van George Bush junior. Michael Moore legt haarfijn uit hoe Nader eigenlijk de machtigste man van Amerika was gedurende twee weken en hoe Al Gore verzaakte aan het presidentschap. De milieuprofeet van vandaag had zijn campagne toen simpelweg niet goed aangepakt.
Michael Moore (Flint, Michigan, 1954) is regisseur, documentairemaker en schrijver. Hij is vooral bekend geworden door zijn maatschappijkritiek aan het adres van de Amerikaanse elite. Moore regisseerde gelauwerde films als Bowling for Columbine en The Big One.
Van Blanche tot Blankeman (Willem Vermandere, 2007)
Willem Vermandere, de beeldhouwer uit Steenkerke, de zanger met den baard, verzamelde in Van Blanche tot Blankeman zijn liedjesteksten tot één mooi geheel, gekoppeld aan een aantal tekenwerken. Wie dit boek koopt, mag geen uitleg verwachten, noch een biografie. Alleen de teksten die dikwijls meer zeggen dan een uitleg.
Willem Vermandere (9 februari 1940) verwierf in de jaren ‘60 bekendheid met zijn muziek en teksten over de alledaagse dingen des levens, de verschrikkingen van de oorlog en zijn band met de Westhoek. Willem was één van de drie W’s in Vlaanderen, naast Walter De Buck en Wannes Van De Velde. Een zanger die zijn streekdialect predikte. Maar hij is geëvolueerd, zo zegt hij zelf, naar een Nederlandstalige zanger met West-Vlaams dialect. Zijn liedjes bereikten een grote populariteit in heel Vlaanderen, een deel van Nederland en het noorden van Frankrijk. Wie kent Blanche en Steentje niet, of Pierre de beeste?
Ik wil hier een tweetal originele, minder bekende, maar prachtige tekstvoorbeelden kort uithalen. De liedjes van Willem Vermandere zijn gegrepen uit het echte leven, hij heeft niet veel nodig om tot een nummer te komen. Een vreemde aanleiding kan voldoende zijn. Zo dacht hij eens na over die Amerikaanse rappers, waar hij niets van begrijpt. Voor de joke zocht hij zelf een rapnummer: Priet pret prot.
Prot, prot, priet pret prot,
hem is onnozel en zij is zot,
hem den duvel zij is God,
voor hem den haring, voor heur de sprot,
hem hèt ‘t schijt en zij hèt snot,
priet, priet, priet pret prot.
Of het nummer over zijn overleden broer Stefan. Meer uitleg hoeft niet.
Mijn broere waar kan ik u vinden, vertrokken naar den overkant
ik krijg van u taal noch teken uit uw verre, uit uw verre land
is ‘t daar nu zomer of winter, is ‘t daar nu dag of nacht
droom je of lig je wakker of slaap je, slaap je zacht
mijn broere ben je daar altijd allene en geraak je dat daar al gewend
tussen d’ontelbare dode zielen, is daar vader, ook vader omtrent
we weten hier zo bitter weinig van dat latere schoon paradijs
we leven in angst en in vreze voor Hein, magere Hein met zijn zeis
ach laat ne keer iets van u horen, een woordje of zuchtje misschien
of een simpel tiksk’ op ‘t venster, ‘t is zo stille, zo stille sindsdien
schrijf ne keer iets in de wolken, éne letter ware meer dan genoeg
of vraag het aan de lijster dat ie zingt, dat ie zingt morgen vroeg
De Trein der Traagheid (Johan Daisne, 1953)
Een museumdirecteur van middelbare leeftijd, naam onbekend, valt in slaap tijdens zijn wekelijkse treinreis naar huis. Bij het wakker worden, merkt hij verschillende vreemde gebeurtenissen. Iedereen in zijn coupé slaapt, buiten is het heel schemerig, terwijl hij normaal nog voor zonsondergang thuis is. Is de man een verkeerde trein ingestapt, sliep hij bij het stilstaan voor zijn station? Uit verlangen naar een sigaret kruipt hij recht van zijn bank en zoekt een praatgenoot. Hij loopt de trein door naar de laatste wagons en vindt daar eindelijk een wakkere medereiziger. Professor Hernhutter verbaast zich net als de museumdirecteur over de gemoedstoestand van de andere reizigers. Ze merken beiden dat hun uurwerk net op hetzelfde tijdstip is stilgevallen, namelijk om halfzeven. Enkele ogenblikken later komt de trein tot stilstand. Buiten zien ze een jongeman lopend en schreeuwend hun wagon passeren. De directeur en de professor stappen uit en wandelen de jongeman tegemoet. Net op dat moment trekt de trein zich weer op gang. De drie mannen staan alleen in de duisternis, in een landschap door niemand herkend, maar ook door niemand vreemd aandoend. In de verte zien ze lichtjes schijnen. Ze besluiten het licht op te zoeken en mijmeren onderweg over de vreemde gebeurtenissen op de trein. De drie mannen hadden hetzelfde meegemaakt. In slaap gevallen, maar net wakker voordat de trein stilviel. Net voor ze in slaap vielen, hadden ze dezelfde gedachten over het leven, over hoe mooi het leven was. Ze wandelden verder en na een lange tijd bereikten ze een herberg waar hen nieuwe verrassingen opwachtten.
Auteur Johan Daisne (Gent, 1912 – 1978) introduceerde het magisch-realisme in de Nederlandstalige literatuur. De Trein der Traagheid is één van zijn bekendste werken in dit genre. Het korte boekje leest vlot, en reikt de lezer een aantal stellingen aan om over na te denken. Stellingen over het leven, de dood en … de tunnel. Professor Hernhutter sprak over zijn gedachtegoed net voor hij in slaap viel, zoals over meccanostukken. Hij haalde twee mechanismen aan. Stel dat het verschijnsel der inertie, een mechanische wet, ook op het leven kan toegepast worden. Duurt het bestaan van een mens die meer gehouden heeft van het leven, wiens bestaan sterker is geweest, langer in de voorgeborchten van de dood? Een tweede zaak is het psychische automatisme. Is de dood al begonnen in het leven? Is er op het einde van het leven ergens een grensland tussen beide waar bepaalde zaken heel normaal lijken, maar waar andere dingen vreemd voorkomen?
Johan Daisne (Gent, 1912 – 1978) is geboren als Herman Thiery. Hij studeerde economische en Slavische talen aan de Gentse universiteit. Tussen 1945 en 1977 was hij hoofdbibliothecaris van de Gentse stadsbibliotheek. De auteur Daisne specialiseerde zich vooral op het magisch-realisme, het leven is een onverbreekbare eenheid van realiteit en droom. Andere literaire werken van Daisen zijn De Trap van Steen en Wolken en De Man die zijn Haar Liet Knippen.
Julius Caesar. Een biografie (Hans Oppermann, 2006)
De biografie van Gaius Julius Caesar (100 – 44 v.C.) schetst het leven van één van de grootste politici en strategen aller tijden. Caesar stamde af van het geslacht van de Juliërs, dat behoorde tot het patriciaat, de oude vooraanstaande adel. De stamboom van de Juliërs zou teruggaan naar Aeneas, de zoon van de Griekse godin Afrodite of de Romeinse godin Venus. Aan grootmoeders zijde was Caesar van koninklijke afkomst, van het geslacht van de Marciërs. Julius Caesar zelf groeide op in een woelige periode voor het oude Rome, de Romeinse revolutie. Van 133 v.C. tot aan de slag van Actium in 31 v.C. voltrok zich een conflictrijk proces en de overgang van de Romeinse republiek naar de monarchie. Caesar zou hier een belangrijke rol in spelen die gesymboliseerd wordt door het oversteken van de Rubicon. Alia iacta est, de teerling is geworpen. Al snel werd duidelijk dat Julius Caesar zeer intelligent en ambitieus was. Auteur Hans Oppermann besteed ruime aandacht aan de opgang van Caesar in het Romeinse politieke leven, de vele tegenslagen die hiermee gepaard gingen, maar ook de kracht waarmee hij zich staande hield tussen oude rotten als Sulla, Cicero en later Pompeius. Op jonge leeftijd verloor Caesar zijn vader, waardoor hij snel zelfstandig werkte. Maar de innige band met zijn moeder bleef wel een rode draad door zijn leven.
Caesar, Pompeius en Crassus sluiten in 60 een eerste triumviraat, één jaar later wordt Caesar consul en voert hij een aantal indringende veranderingen door in de Romeinse samenleving. Als leider van de volkspartij, en tegenstander van de optimaten en de senaat, had hij de steun van het volk. Als redenaar begreep hij de kunst het volk voor zich te winnen. Die kunst zou hem later goed van pas komen om zijn troepen bij de verschillende veldslagen voldoende zelfvertrouwen in te pompen en hen een gevoel van onoverwinnelijkheid mee te geven. Caesar was een politiek genie, oorlogsvoering betekende voor hem niets meer dan de voortzetting van politiek met andere middelen. En die middelen kon hij als militair strateeg beter dan wie ook aanwenden. Zijn troepen stonden onverbiddelijk achter hem: de oorlog in Gallië, het terugdringen van de Germanen, de strijd tegen Pompeius’ troepen tijdens de burgeroorlog, de verovering van Spanje, het noorden van Afrika, het westen van Azië. Nooit stond Caesar aan de verliezende zijde. Hij, en hij alleen, bouwde het Romeinse wereldimperium op. Veni, vidi, vici.
Hans Oppermann legt niet alleen de nadruk op het politieke en militaire, maar wil ook de persoonlijkheid van Caesar bloot leggen. Geen eenvoudige opdracht, maar toch een goede poging. Caesar was niet alleen politicus, maar ook een charmante minnaar, een warme echtgenoot. Zijn enige dochter, Julia, en zijn moeder, de twee belangrijkste vrouwen in Caesars leven, stierven in 54. Een zware klap, maar hij zette door. De veelbesproken affaire met Cleopatra komt ook aan bod, net als de geruchten over buitenechtelijke kinderen. Caesars geadopteerde zoon, zijn neef Gaius Octavianus, werd uiteindelijk zijn belangrijkste erfgenaam. Gaius Octavianus, later bekend als keizer Augustus, zou de Romeinse revolutie voltrekken in de slag van Actium in 31 v.C. toen hij de oostelijke helft van het Romeinse rijk versloeg.
De Duitse auteur Hans Oppermann (1895-1982) was professor klassieke filologie. Zijn onderzoek richtte zich vooral naar Caesar, Horatius, Vergilius en de weerklank van de klassieke auteurs in de moderne literatuur. Hij pende met zijn biografie over Julius Caesar een overzichtelijk, duidelijk, volledig en zelfs spannend werk neer.
De Schaduw van de Ster (Peter Edel, 2002)
Israël. Al decennialang een vuurspuwende vlek op de wereldkaart. Het beloofde land van de Israëlieten ten tijde van Abraham, het eindstation voor Mozes. Maar ook het reële land van Arabieren, de Palestijnen. Joden en Arabieren vechten al jarenlang om het gebied tussen Libanon, Syrië, Jordanië en Egypte. Een vredesproces eindigt telkens opnieuw in oorlogsvoering. Praten lukt niet. De Nederlandse auteur Peter Edel vindt in het zionisme, de nationalistische beweging voor een exclusief joodse staat, Israël, de aanzet en blijvende aansteker van die onderlinge conflicten. Het zionisme is ontstaan uit geschriften van Theodor Herzl eind negentiende eeuw. Herzl streefde naar een zo groot mogelijk Israël, tussen de Nijl en de Eufraat. Uit dit zionisme groeiden twee stromingen. Enerzijds het socialistische zionisme die enige opening voor compromissen hield, onder meer met betrekking tot de reikwijdte van het joodse Israël. Zo maakten zij het mogelijk dat de Palestijnen recht hebben op een klein gebied in Israël. Dit socialistische zionisme kent echter ook een zwarte keerzijde in zijn geschiedenis, namelijk de verschillende pogingen tot samenwerking met nazistische, fascistische en andere extreemrechtse groeperingen, zowel vóór, tijdens als na de Eerste Wereldoorlog. Verschillende zionisten probeerden zelfs met nazi-Duitsland lucratieve deals te sluiten. Anderzijds maken de revisionistische zionisten ieder compromis onmogelijk. Zij streven naar een Groot Israël van de Nijl tot de Eufraat. Vladimir Jabotinsky is de grondlegger van deze beweging, de huidige Likudpartij is hieruit gegroeid. De revisionisten gruwelden van samenwerking met nazi-Duitsland. Daarnaast zijn er ook joden die niet tot de zionistische beweging behoren. Peter Edel haalt in zijn boek verschillende getuigenissen aan van antizionisten.
In De Schaduw van de Ster geeft Peter Edel zijn alternatieve visie op het conflict tussen joden en Palestijnen in Israël. Hij schuwt geen gewaagde stellingnames, ook niet over de holocaust, maar wringt zich zeker niet in een antisemitische hoek. Edel geeft meerdere keren aan dat de zionistische beweging de holocaust gebruikt en misbruikt in haar eigen voordeel, als bestaansreden van de staat Israël. Iedere tegenstander van Israël, iedere antizionist wordt door de zionisten bestempeld als een antisemiet. Een tweede zaak is het fundamentele raciale karakter van het zionisme. Theodor Herzl gaat ervan uit dat de joden een uitverkoren volk zijn die recht hebben op de staat Israël. Dit gedachtegoed alleen al gaat uit van een racistisch, discriminatoir principe. Edel gaat verder en onderzoekt de verbanden tussen de zionisten en de drugshandel, de steun aan extremistische regimes, de wapenindustrie en komt tot een aantal verrassende conclusies, onder meer over het bestaan en de toepassing van nucleaire, biologische en chemische wapens in Israël. De auteur voorspelt een onrustwekkende toekomst voor de regio als de zionisten in Israël aan de macht blijven, en die kans lijkt reëel aangezien zowel de Arbeiderspartij als de Likudpartij hun ontstaan vinden in de twee stromingen van het zionisme. Een conflictresolutie op lange termijn is pas mogelijk als de antizionisten meer macht en invloed krijgen op het beleid in Israël, meent Peter Edel.
Peter Edel (Amsterdam, 1959) is fotograaf, beeldend kunstenaar en publicist. Hij schreef verschillende artikels over Israël en de zionistische geschiedenis voor Nederlandse tijdschriften.
Winston Churchill (Sebastian Haffner, 2006)
Winston Churchill (1874-1965). Een vreemde man, een vreemd levensverloop. Zijn voorvader John Churchill, hertog van Marlborough, speelde in eind 17e- begin 18e eeuw een cruciale rol in de Europese politiek. De Churchills klommen op tot de hoge adel, maar lange tijd zou niemand in de voetsporen treden van de hertog. Tot in 1880, toen Randolph Churchill van de conservatieven opnieuw de regerende partij maakte. Maar vooral Randolphs zoon, Winston, zou de Churchills laten heersen over het Europese continent. Winston Churchills politieke leven telde verschillende grote doorbraken en diepe afgronden. Churchill was een politicus, een diplomaat, maar bovenal een militair. Hij liet voor het eerst van zich horen tijdens militaire expedities in Cuba, Soedan en Zuid-Afrika. Na de Boerenoorlog werd hij voor het eerst verkozen in het Lagerhuis. Maar hij zag voor zichzelf en zijn partij, de conservatieven, geen grote toekomst en stapte in 1904 over naar de liberale partij. Een overstap die hem veel vijanden opleverde en weinig vrienden. Hij zou dit gegeven zijn hele carrière meedragen. De harde en meedogenloze Churchill was niet geliefd bij collega’s. Zijn nieuwe overstap in 1924, terug naar de conservatieven, zou dit proces alleen maar versterken. Churchill was inderdaad eerder een radicaal dan een liberaal of socialist, maar hij was geen extremist. Hij was zelfs zeer emotioneel in het politiek bedrijven. Die twintig liberale jaren zetten Churchill op verschillende ministerposten, maar hij slaagde er nooit in zijn ding te doen. Churchill werd pas echt Churchill na de opkomst van Hitler in Duitsland en Stalin in de Sovjet-Unie. Hij zag het nazigevaar meteen in en was bereid, in tegenstelling tot alle andere politieke leiders in die tijd, om militair in te grijpen. Hij wilde zelfs het Stalin-regime militair verslaan. Churchill behaalde zijn grote gelijk in 1939, toen Hitler effectief op oorlog aanstuurde. Meteen het signaal om hem tot premier te benoemen in 1940, op 66-jarige leeftijd. En van nu af kon hij zich volledig uitleven in de politiek. Hij zou geschiedenis schrijven … Auteur Sebastian Haffner stelt zich de moeilijke vraag of Europa er effectief anders zou uitzien zonder Churchill. Het antwoord is waarschijnlijk bevestigend. Zonder Churchill was niemand in Groot-Brittannië bereid de strijd met Hitler en nazi-Duitsland aan te gaan. En zonder Groot-Brittannië sprongen de Verenigde Staten nooit mee in de dans tijdens de Tweede Wereldoorlog. En waar zou Hitler dan staan zonder tussenkomst van Groot-Brittannië en de Verenigde Staten?
De Duitse auteur Sebastian Haffner (Berlijn, 1907-1999) slaagt er met zijn biografie van Winston Churchill opnieuw in een boeiend verhaal te combineren met glasheldere analyses. Haffner is auteur van verschillende historische bestsellers zoals Kanttekeningen bij Hitler en Van Bismarck tot Hitler. Hij emigreerde eind jaren ‘30 met zijn joodse vriendin naar Groot-Brittannië waar hij in de ban raakte van Churchill. Haffner werkte er als journalist voor verschillende bladen en raakte al snel gekend voor zijn speciale, scherpe pen. Winston Churchill is een beknopte, maar complete biografie van de voormalige Britse premier. Het boek is aangenaam en leerrijk om lezen door die verhalende en analyserende stijl van Haffner. De auteur probeert de bewegingen en motieven van Churchill te verklaren, niet louter door transparante, maar ook door emotionele en karakteristieke elementen in kaart te brengen. Churchill is niet alleen een Britse pitbull of een autoritaire man/vader/politicus, maar ook een romanticus, een man met emoties, een man met een visie. Dit is het voornaamste wat ik onthouden heb van dit boek.
Recente reacties